Menu

De diagnose van heupdysplasie

Om vast te stellen of er sprake is van heupdysplasie zijn röntgenfoto's nodig. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt hoeft daar bij klachten zeker niet mee gewacht te worden tot de hond een jaar is. De aanleg voor heupdysplasie bij de hond (en de kat) kan al vanaf een leeftijd van 16 weken betrouwbaar worden bepaald met de zogenaamde PennHip-methode. Op die leeftijd is er, bij een bestaande aanleg, nog relatief eenvoudig iets aan te doen met de JPS-techniek.

Welke klachten worden er gezien?

Heupdysplasie op jonge leeftijd;

  • De pup gaat vaak liggen bij het spelen
  • Met opstaan worden vaak de voorpoten gebruikt
  • Bij het rennen worden de achterpoten vaak naast elkaar bewogen. Het zg. 'bunny-hoppen'  als een konijn.
  • Vaak is zowel de linkerheup als rechterheup aangetast en loopt de pup symmetrisch kreupel. Dit is de reden dat er vaak geen duidelijke kreupelheid wordt opgemerkt.

Heupdysplasie op oudere leeftijd;

  • Opstaan gaat (erg) moeizaam
  • De hond loopt niet graag meer
  • De bespiering van de achterpoten wordt minder. 

Deze klachten kunnen, zeker bij oudere honden, andere oorzaken hebben. Bijvoorbeeld vanuit de onderrug of de knieën. Onderscheid kan door goed lichamelijk onderzoek en röntgenfoto's worden gemaakt.